Bonttrapper Hugh Glass werd in 1823 door zijn makkers voor dood achtergelaten na een aanval van een grizzlybeer, en trok zwaargewond 320 kilometer ver door de koude wildernis, op zoek naar wraak. Het onwaarschijnlijke - en grotendeels waargebeurde - verhaal van The Revenant.

Het is ontzettend moeilijk te geloven dat het verhaal van The Revenant, de nieuwe film van Oscarwinnaar Alejandro González Iñárritu, is gebaseerd op waargebeurde feiten: een bonttrapper die half opgevreten wordt door een grizzlybeer, en die confrontatie op een of andere manier nog overleeft ook, en vervolgens driehonderdtwintig kilometer door de barre wildernis van South Dakota trekt om wraak te nemen op zijn voormalige reismakker. Het lijkt te gek voor woorden, maar de waarheid heeft soms de hebbelijkheid om de fictie te overstijgen, en dat was bij uitstek het geval bij The Revenant.

De film vertelt een verhaal dat zo onwaarschijnlijk is, en van zo’n ongeziene heldenmoed en overlevingsdrang getuigt, dat het zich al snel na de gebeurtenissen zelf heeft vastgezet in de folklore en mythevorming van het toen nog jonge Amerika. Hugh Glass’ verhaal werd het onderwerp van verschillende romans (Lord Grizzly van Frederick Manfred is verplichte lectuur op heel wat middelbare scholen in de Verenigde Staten) en gedichten (The Song of Hugh Glass van John G. Neihardt, eveneens Amerikaans cultuurerfgoed). Het was een fabel die een symbool werd voor een nog ongerept land. “Glass is iemand die een was geworden met de natuur, en in zekere zin de ‘materiële’ wereld van de andere trappers achter zich had gelaten”, zegt acteur Leonardo DiCaprio, die in The Revenant gestalte geeft aan Hugh Glass. “Dat is een constante ondertoon in zijn personage.”

"Glass is iemand die een was geworden met de natuur, en in zekere zin de ‘materiële’ wereld van de andere trappers achter zich had gelaten"

— Leonardo DiCaprio

Harde leven

Hugh Glass, ergens rond het jaar 1780 geboren in Philadelphia als zoon van Ierse immigranten, had al een leven van geweld en beproevingen doorstaan voordat die grizzlybeer hem openreet. Voordat hij in 1823 de bonttrappersbrigade van William Ashley en Andrew Henry vervoegde, was hij bijvoorbeeld al zeepiraat geweest: het schip waarop hij diende als matroos werd volgens historici ergens in het begin van de negentiende eeuw gekaapt door boekanier Jean Lafitte, waarna hij enkele jaren in dienst van diens piratenbende bleef. Hij ontsnapte twee jaar later door meer dan drie kilometer ver naar de Texaanse kust te zwemmen, waarna hij al een eerste keer een lange overlevingsmars moest inzetten. Hij reisde noordwaarts zonder wapens, proviand of een kaart, en werd op een bepaald moment ook gevangengenomen door Pawnee-indianen.

Er zijn erg weinig geschriften over Glass, en van zijn eigen hand bleef er slechts een brief bewaard. Heel wat biografische elementen die in de nationale folklore zijn terechtgekomen, berusten daardoor op gissingen en theorieën. Zoals het in de film aangestipte feit dat Glass met een vrouw uit de Pawnee-stam was getrouwd, en een zoon met haar had. Het is mogelijk, aangezien Glass een hele tijd bij de Pawnee zou hebben geleefd, maar absolute zekerheid geeft de officiële geschiedenis daarover niet. Wat wel quasi zeker is, is dat hij de Pawnee tegen 1821 had verlaten, toen hij samen met een aantal gezanten van de stam naar de Amerikaanse stad St. Louis trok en daar enkele jaren bleef. Niet lang daarna vervoegde hij Ashley en Henry’s Rocky Mountain Fur Company.

Hugh Glass werd ergens rond het jaar 1780 geboren in Philadelphia als zoon van Ierse immigranten...

De Teruggekeerde

Het was tijdens een expeditie van Glass’ nieuwe werkgever, die de bedding van de Missouri-rivier wou afspeuren op zoek naar beverbont, dat de noodlottige gebeurtenissen van The Revenant zich afspeelden. Eerst zou Glass al aan zijn been gewond zijn geraakt door een aanval van Arikara-indianen, die in de streek leefden. En daarna, ergens ter hoogte van waar zich vandaag Lemmon, South Dakota bevindt, kwam die vreselijke confrontatie met de grizzlybeer.

Dat Glass die gebeurtenis overleefde, is ondertussen al wel duidelijk. Maar om precies te kunnen bevatten hoe onwaarschijnlijk zijn overlevingskans was, moet je een paar dingen weten over grizzlyberen. Het eerste is dat ze, staand op hun achterste poten, makkelijk meer dan drie meter groot kunnen zijn, meer dan het dubbele van een doorsnee manspersoon dus, en driekwart van een ton kunnen wegen. Het tweede is hun bloeddorstigheid, zeker wanneer ze zich in het nauw gedreven voelen door jagers die zich in hun biotoop begeven: ze zien er van veraf misschien lieflijk uit, maar wanneer ze uithalen, mis je meestal een fors stuk van je lijf. Bij Glass moeten er, zo vertelt ons de overlevering, hele lappen van zijn gelaat en rug zijn weggerukt door de beer, tot op het bot, voordat de makkers van de trapper het beest omlegden met geweervuur.

Glass overleefde de aanval, maar trappermajoor Andrew Henry gaf geen vijf cent meer voor zijn leven: hij had gapende wonden over zijn armen, benen en lichaam, en had een pijnlijke ademhaling. Henry besloot het leven van de andere trappers, dat werd bedreigd door potentiële nieuwe aanvallen van de Arikara, niet verder in gevaar te brengen en liet twee mannen bij hem achter tot zijn onvermijdelijke overlijden. Glass bleef echter langer in leven dan verwacht, en toen hij na bijna een week nog steeds ademde, gaven zijn twee compagnons - John Fitzgerald en Jim Bridger - het op: Fitzgerald overtuigde Bridger ervan dat het geen zin had om nog langer in deze bedreigende omgeving te blijven voor iemand die toch het loodje zou leggen, en ze lieten Glass voor dood achter.

Daarna volgde de gebeurtenis die de titel van The Revenant - letterlijk: ‘Hij die uit de dood opstond’ - verklaart. Glass herwon zijn bewustzijn, ontdeed de dode beer van zijn pels om zich warm te houden en sleepte zichzelf letterlijk voort door de wildernis, op weg naar het meer dan driehonderd kilometer verder gelegen Fort Kiowa. Hij voedde zich met wortels, bessen en het bijna-rotte vlees van dieren die het trappersgezelschap onderweg had opgejaagd, en vond gaandeweg de kracht om de rest van zijn tocht te voet verder te zetten. De reis bracht nieuwe gevaren met zich mee: hij ontsnapte op het nippertje aan een aanstormende kudde buffels en een patrouille van Arikara, maar na zeven weken in de wildernis bereikte hij uiteindelijk Fort Kiowa. En zo ontpopte zijn onwaarschijnlijke verhaal, met de hulp van een aantal lokale krantenverslaggevers, zich snel tot een mythe. Een die bijna tweehonderd jaar later werd gesublimeerd tot een Hollywoodfilm. “Het leven van Glass levert al anderhalve eeuw stof voor kampvuurlegendes”, zegt ook DiCaprio. “Maar Alejandro gebruikt de folklore om te exploreren wat het echt betekent wanneer alles in je nadeel is, en wat de menselijke geest kan verdragen.”

Hij voedde zich met wortels, bessen en het bijna-rotte vlees van dieren die het trappersgezelschap onderweg had opgejaagd

Eén met de natuur

Dat is ook de belangrijke reden waarom het verhaal van Hugh Glass zich heeft vastgezet in het collectieve geheugen van de Amerikanen: niet alleen de fysieke, maar ook de psychologische strijd die hij voerde. Onoverkomelijke obstakels overwinnen: de Amerikanen lusten er wel pap van. En die hielden voor Glass niet op nadat hij Fort Kiowa had bereikt. Maanden na zijn overlevingsstrijd, nadat hij voldoende nieuwe krachten had opgedaan, kwam er de jacht op Fitzgerald, die hem voor dood had achtergelaten en - zo zegt het scenario van de film, niet noodzakelijk de officiële historische canon - zijn tegenstribbelende zoon had vermoord.

De wilsstrijd tussen de twee personages is ook die van twee uitersten: dat van Glass, die één was met de natuur en van daaruit zijn nieuwe leven als trapper had aangevat, en dat van Fitzgerald, die - onterecht - de beverjacht aanvatte om er rijk van te worden. Het kleurt ook Fitzgeralds overlevingsdrang, zegt Iñárritu: hij wordt iemand die over lijken gaat. “Het verhaal van Glass roept vragen op als ‘Wie zijn we wanneer we compleet van alles worden beroofd?’ en ‘Van wat zijn we gemaakt, en waartoe zijn we in staat?’. Ik wou niet alleen de fysieke paden exploreren die Glass en Fitzgerald aflegden, maar ook hun dromen, hun angsten en hun verlies. Het verhaal was een goede basis, zoals bij muziek. Maar wat er zich in hun hoofd en hart afspeelde, waren de solo’s, de trompetten en de piano.”

Drie verhalen van echte mensen die overleefden in de wildernis